Taalblogs en minicolumns

Taalnieuwtjes, taalweetjes, taalergernissen, taalgrappen, taaleigenaardigheden ... Lees hier taaltrends en opvallende taalwetenswaardigheden.

Oh duh aan me spelling shag keur

Heidi Aalbrecht*

Ic heb een spelling shag keur
Die sit-in me pee zee
Daar Corry geer ic met ge mak
Duh kleins te vouwtjes mee

In dit ge dicht bij voor beeld
Sein alle worden goed
Hei onder kringelt erg één-één
X pel zo wals hut moed

Zoon shag keur is een zee gen
Wand hei bus paard veel tijd
Ic raat pleeg nooit een worden boek
Wat voel ic me bevrijdt

Ic wilg één dag noch zon d'r
Dit wond ervan 't eg Niek
Waar op ic blinde links ver trouw
Ic vindt hut man juf IQ

Je sult dus wel bug rijpen
Waar om ic fan hum hout
Hijs veil loos en zeer accu raad
Voor taan hè pik nul vouwt

*Dit gedicht is geïnspireerd op Candidate for a Pullet Surprise van Jerrold H. Zar.

Andere blogs

Neem hieronder een kijkje in het blogarchief van de Taalwerkplaats.


Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook)?

Meer verhalen over taal lezen? Bestel dan dit boek.



Blogarchief

Hier vind je een selectie van blogs die we eerder plaatsten. Klik op een onderwerp om een blog te openen.

Wil je meer weten of heb je vragen? Neem dan contact met ons op. Wij helpen je graag.

Gluren bij de buren

Meer van zulke verhalen lezen? Bestel dan dit boek.

Als het 1 april is, moet je in Vlaanderen oppassen voor de aprilvis. Het is daar — en in enkele andere landen — namelijk een traditie dat kinderen op 1 april ongemerkt een papieren vis op iemands rug hangen. Als die de grap ontdekt, roepen ze: 'Aprilvis!' of: '1 april!' Daarnaast houden Vlamingen elkaar net als Nederlanders op andere manieren voor de gek op 1 april. De grappen die ze op die dag uithalen, noemen ze 1 aprilgrappen of aprilvissen — dus ook als er geen vis aan te pas komt.

Poisson d'avril

Het woord aprilvis is een vertaling van het Franse poisson d'avril. De aprilvis of poisson d'avril komt voor in België, Frankrijk en Zwitserland, en ook in Italië, maar dan onder de naam pesce d'aprile.

Meer van zulke verhalen lezen? Bestel dan ons boek Gluren bij de buren, uitgegeven bij Van Dale. Daarin vind je honderden grappige taalverwarringen tussen Nederlanders en Vlamingen.

Op 1 april verloor Alva zijn bril

Waar komt de gewoonte om mensen op 1 april in de maling te nemen eigenlijk vandaan? Daarvoor zijn verschillende verklaringen te vinden, die helaas geen van alle hout snijden. Zo hoor je in Nederland wel dat het komt door de watergeuzen die Den Briel op 1 april 1572 innamen, waardoor de Spaanse heerser Alva 'zijn bril verloor'. Maar dat kan de verklaring niet zijn, want het is een internationaal verschijnsel en bovendien is er in oudere bronnen al sprake van 1 aprilgrappen en aprilvissen. Het is, kortom, niet bekend hoe de gewoonte is ontstaan, maar wel dat je zeker al zo'n vijf eeuwen lang moet oppassen op 1 april.

'Een beeld zegt meer dan duizend woorden' is een bekend argument van krantenmakers om foto's en grafieken te plaatsen en van reclamemakers om afbeeldingen van tropische eilanden en mooie mensen te gebruiken om iets te verkopen. Maar wij schrijvers laten ons daardoor niet naar de uithoeken van de papieren en digitale media verjagen. Ons antwoord? Beeldspraak.

Kleurrijke taal

Ook met woorden kun je beelden oproepen. Dat is de kracht van figuurlijk taalgebruik. Als je bijvoorbeeld zegt dat je stad en land hebt afgelopen om een cadeautje te vinden, schets je in een paar woorden een beeld van alle moeite die je hebt gedaan. Dat maakt het voor anderen gemakkelijk om zich in te leven. Figuurlijke taal is vaak kleurrijker en krachtiger dan letterlijke. Maar minder ervaren schrijvers kunnen er ook hopeloos mee in de knoop raken. Het resultaat: beeldwartaal.

De beeldspraak draait doorrrrr

Wie eenmaal in de 'beeldspraakmodus' zit, kan zich er zomaar door laten meeslepen. Want waarom zou je één metafoor gebruiken als je er ook twee kunt verzinnen? Maar wat als die verschillende beelden nu niet bij elkaar passen? Of als je een woord toevoegt dat niet in de beeldspraak thuishoort? De kracht van beeldspraak — beelden oproepen — is dan juist een valkuil: wat de lezer voor zich ziet, is hilarisch. Tijdens redactiewerk komen we regelmatig mooie voorbeelden tegen:

  • Dat is de vijver waarin wij opereren. (een viskliniek?)
  • En dan komt er weer een oud stokpaardje als konijn uit de hoge hoed. (de goochelaar is zelf ook verbaasd)
  • In dat geval raken de antennes voor wat er zich afspeelt verstopt. (antennes vol prut?)
  • Ik zag mij de rest van mijn leven in een rolstoel zitten verpieteren als een kasplantje. (verzorgingshuis voor verpieterde kasplantjes?)
  • Onze afdeling is de motor in de keten. (nieuw model kettingzaag?)
  • We proberen kleine stukjes van de kloof af te snoepen. (als een kloof al eetbaar is, wordt die op deze manier toch alleen maar groter?)
  • We worden overvoerd met prikkels waarin we soms verzuipen. (eerst prikkels eten en er dan nog in verdrinken ook?)

Of gaat onze verbeelding nu met ons op de loop?

De Germanen gaven ons de namen van de dagen van de week, en met de manier waarop ze dat deden, aapten ze de Romeinen na, die dat gebruik weer van de Grieken hadden overgenomen. Die noemden de dagen van de week naar de zon, de maan en de vijf planeten die zij kenden: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Die zeven hemellichamen waren op hun beurt genoemd naar goden. De Germanen wilden naast zondag en maandag voor hun eigen goden kiezen, maar dat lukte maar bij vier dagen. Voor de overblijvende dag vonden zij geen gelijkwaardige god, en dat resulteerde in zaterdag. Een overzicht:

Maandag

Van dies Lunae 'dag van Luna', de Romeinse godin van de maan. Dat maandag de eerste dag van de week is, is overigens in 1976 internationaal afgesproken; daarvoor was zondag de eerste dag.

Dinsdag

'Dag van Thingsus', de god van de volksvergadering, mogelijk omdat er op deze dag werd rechtgesproken, of 'dag van Tiwaz', god van de oorlog, dus vergelijkbaar met de Romeinen, die dies Martis hadden 'dag van Mars', god van de oorlog (Franstaligen noemen dinsdag om die reden mardi).

Woensdag

'Dag van Wodan', een Germaanse oppergod; de Romeinen noemden dit dies Mercurii 'dag van Mercurius', god van de handel en winst (in het Frans heet deze dag daarom mercredi).

Donderdag

'Dag van Donar', de Germaanse god van de donder, die ook wel Thor wordt genoemd. Omdat hij zijn kracht toonde in donder en bliksem, werd hij gelijkgesteld met de Romeinse oppergod Jupiter, die daarin op hem leek. De Romeinen noemden deze dag dies Iovis 'dag van Jupiter' (in het Frans heet deze dag daarom jeudi).

Vrijdag

'Dag van Freya (ook: Friia, Frigg)', de Germaanse godin van de liefde; de Romeinen noemden dit dies Veneris 'dag van Venus', de Romeinse godin van de liefde (in het Frans heet deze dag daarom vendredi).

Zaterdag

'Dag van Zater', een vertaling van dies Saturni 'dag van Saturnus', de Romeinse god van de landbouw. De Germanen kenden Saturnus niet en hadden er ook geen equivalent voor; zater is een verbastering van die naam.

Zondag

Van dies Solis 'dag van Sol', de Romeinse god van de zon.

Wie kent dit eigenlijk niet: de veelgehoorde bewering dat Eskimo's veel woorden hebben voor sneeuw. Of dat waar is, hangt af van wat je als woord beschouwt. In het Nederlands kun je bijvoorbeeld woorden aan elkaar plakken; zijn het dan nieuwe woorden of aan elkaar geplakte bestaande woorden? De bewering over de sneeuwwoorden moet ondersteunen dat er een verband is tussen taal en cultuur: je gebruikt pas een woord als er iets is dat je ermee wilt omschrijven. En wat sneeuw is voor Eskimo's, is water voor Nederlanders.

Laten we daarom eens kijken naar vaartuigen. Eskimo's kunnen het uitstekend stellen met twee woorden voor vaartuig: kajak en oemiak, terwijl het Nederlands er talloze kent. Daaronder natuurlijk de typen schepen, zoals aak, botter, jacht, jol, kotter, kuster, logger, pluiter, schouw, tjalk, tjotter, vlet of waal. Maar dat is nog maar het begin, want er zijn honderden samenstellingen met boot, schip en vaartuig: van aalboot tot zweefboot, van aardappelschip tot zusterschip en van baggervaartuig tot vrachtvaartuig.

Onder de namen zijn pareltjes als aalpoon, bovenlander, drijver, feloek, galjas, hekwieler, kraak, lichter, mosselman, nettenlegger, orembaai, platje, rinkelaar, snauw, tokker en visserspink. En dan is er uiteraard nog het kofschip, dat je en passant behoedt voor dt-fouten.

Is het een nieuwe trend: dingen afdanken, overslaan, laten liggen omdat ze te leuk, te mooi, te goed zijn? Kan de mens zoveel schoonheid niet aan? 'Die jas past al jaren niet meer, maar hij is gewoon té leuk om te bewaren', hoorden we laatst nog. Van oudsher volgt er na te leuk/ mooi/goed om te ... een woord met een negatieve betekenis: te leuk om te laten liggen, te mooi om weg te gooien. Dat zou wel eens kunnen veranderen: te leuk om te bewaren betekent dan 'zo leuk dat je het moet bewaren'. Zou het zover komen? Wij houden u wel/niet op de hoogte, want die ontwikkeling is té interessant om te volgen.

Wie vroeger iets deelde, hield zelf een deel en gaf anderen ook iets, maar tegenwoordig kun je vrijelijk van alles delen zonder er zelf op in te leveren. Je gedachten bijvoorbeeld. Het klinkt ook zo gezellig om iemand deelgenoot van iets te maken. Gedeelde vreugd is dubbele vreugd, nietwaar? En we delen nog veel meer. Kennis bijvoorbeeld, want overdragen is te zwaar geworden. Wissel jij nog informatie uit? Dan ben je vast ouder dan 20 (en voor inlichtingen in plaats van informatie moet je zelfs nóg ouder zijn). Maar je kunt natuurlijk ook nog steeds gewoon iets met elkaar delen, zoals dropjes, het bed, een mening, een voorliefde voor taal en een blogje.

Een hamburger is een plat, gebakken stuk gehakt, een cheeseburger ook, maar dan met kaas erbij. En een chickenburger? Nee, dat is geen gehakt met kip, maar een gebakken stuk kippenvlees op een broodje. Hoe kan dat?

Hamburger, genoemd naar de stad Hamburg, werd ervaren als een samenstelling van ham 'vlees' en -burger, dat betekenisloos was. Burger kon daardoor worden geïnterpreteerd als achtervoegsel in een woord waarmee gebakken vlees op een laf broodje wordt aangeduid. Dit heet metanalyse, een taalverschijnsel dat je in veel vormen terugziet. De -gate van het hotel en het daarnaar genoemde schandaal Watergate, bijvoorbeeld, herken je in Irangate, Monicagate, Sebrenicagate enzovoort. En via de alcoholic kwamen onder meer de workaholic, shopaholic en chocaholic aan hun naam.

Het druk hebben is een statussymbool. Wie het niet druk heeft, telt niet mee. Pardon, zei ik het druk hebben? Dat is zó 1985 (trouwens, zó 1985 is zó 2010, dat kan echt niet meer). Druk zijn is het helemaal. Dat het werkwoord zijn in combinatie met druk een eigenschap uitdrukt ('Wat zijn de kinderen druk vandaag'), is helemaal op de achtergrond geraakt. Of vereenzelvigt de moderne professional zich zo met zijn werk dat hij het onderscheid tussen taken ('het is druk') en uitvoerder ('heeft het druk') niet meer ziet?

Vertaler of tolk? In feite, hebben veel mensen niet eens weten dat er een verschil is en denk dat de termen synoniem zijn.

Niet schrikken, het is maar Google die iets uit het Engels heeft vertaald. Maar met welk voordeel eigenlijk? Om de zin goed te begrijpen, heb je het origineel* nodig en kennis van de Engelse taal ... En als er dan toch een belangrijke inbreng van jou wordt geëist, heb je Google niet nodig. Dus, zal vertalers hun baan verliezen als gevolg van Google Translate?** Niet zolang bij deze translaties slechts één kenmerk de boventoon voert: ze zijn hilarisch, glimlacht rondom!***

* Translator or interpreter? In fact, many people don't even know there is a difference and think the terms are synonymous.
** Will translators lose their jobs because of Google Translate?
*** They're hilarious, smiles all around!

Ik zeg je, maar met je bedoel je ik. Als je je zegt in plaats van ik, lijk je minder egocentrisch: je zegt gewoon dat diegene die naar je luistert verantwoordelijk is voor de dingen die je zelf hebt gedaan. Vervelend is wel dat je gesprekspartner voortdurend denkt dat je het over hem hebt in plaats van over jezelf. En verder dat je je met de betekenis 'men' gemakkelijk kunt verwarren met de je waarmee je eigenlijk ik zegt. Snap je wat je bedoelt?

'Ik zit letterlijk en figuurlijk met de handen in het haar', sprak de kale manager. 'De directie heeft hier letterlijk en figuurlijk de touwtjes in handen. Ik ben in feite niet meer dan een marionet, letterlijk en figuurlijk.' De man zuchtte diep. Hij liep duidelijk op zijn tandvlees. Figuurlijk dan. Letterlijk liep hij op schoenen. Je kunt iemand letterlijk en figuurlijk in het zonnetje zetten als je hem op een zonnige dag mee naar buiten neemt om hem daar te huldigen. Je kunt ook letterlijk en figuurlijk met de handen in het haar zitten als je tijdens je gepieker met je handen door je haar woelt. Maar steeds vaker gebruiken mensen letterlijk en figuurlijk als versterking: als ze zeggen dat ze letterlijk en figuurlijk met de handen in het haar zitten, bedoelen ze dat ze een groot probleem hebben. Letterlijk en figuurlijk ontwikkelt dus een figuurlijke betekenis: 'heel erg, serieus'. Maar wie zulke uitspraken letterlijk neemt, zal vast nog regelmatig in een figuurlijke deuk liggen.

Handig: een tekstverwerker die je op spelfouten wijst. Hoewel ... Een woord als socialemediastrategie vindt Word alleen goed als je het fout spelt: sociale mediastrategie. En iets als zeventienjarigen die drank kopen, wordt opgeklopt tot een menigte van zeventien jarigen die de drankwinkel bestormen. Daar staat dan wel tegenover dat Word op spaties wil bezuinigen door drankkopen ook te accepteren.

De spellingcontrole neemt het dus niet al te nauw met spaties en laat je zonder gewetensbezwaar los-vastfouten maken. Of om in Words te spreken: los vastfouten (wat zouden vastfouten eigenlijk zijn?)

Goed Fout (maar niet voor Word)
socialemediastrategie* sociale mediastrategie**
zeventienjarigen*** zeventien jarigen****
drank kopen drankkopen
los-vastfouten los vastfouten
* Strategie voor de sociale media
** Mediastrategie die sociaal is
*** Jongeren van 17 jaar
**** Zeventien mensen die jarig zijn

Zie voor meer over de (te) tolerante spellingchecker hieronder Oh duh aan me spelling shag keur.

Het is een functie met weinig aanzien: je staat helemaal onder aan de hiërarchie van de organisatie en je hebt maar te doen wat je baas zegt. Knecht worden? Nee, bedankt. Maar wist je dat een knecht razendsnel de carrièreladder kan beklimmen? Waar Amerikaanse krantenjongens ervan dromen om miljardair te worden, kunnen knechten hun hoop vestigen op een toppositie in het leger. De geschiedenis laat namelijk zien dat een eenvoudige paardenknecht het zomaar tot maarschalk kan schoppen.

De schalk en de merrie

Maarschalk komt van mare 'paard' en schalk 'knecht', en inderdaad: in de vroege middeleeuwen was een marescalc een paardenknecht. Mare doet je misschien denken aan het woord voor een vrouwelijk paard: merrie. Dat is daarmee verwant. En een schalk veranderde in de loop der eeuwen van een knecht in een deugniet met een schalkse blik. Maar de maarschalk had andere ambities ...

Aan het hof

Om te beginnen werd de maarschalk een stalmeester en vervolgens klom hij op tot hofbeambte die de zorg droeg voor de paarden en stallen. Eenmaal aan het hof wist hij zich op te werken tot hoge ambtenaar of militair. In die hogere kringen was Latijn vaak nog de schrijftaal. Maarschalk werd gelatiniseerd tot mariscalcus, waaruit zich het Italiaanse mariscalco en het Franse maréchal ontwikkelden.

Franse carrière

De Franse maréchal maakte carrière in het leger en werd hoofdofficier met een rang boven die van generaal. De Nederlandse maarschalk nam die rang maar wat graag over. De oude betekenissen van zijn functienaam verdwenen snel naar de achtergrond. De maarschalk had het helemaal gemaakt.

Knecht worden? Misschien toch lang zo gek nog niet.

Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook)?

Meer verhalen over taal lezen? Bestel dan dit boek.

RTL Boulevard en andere shownieuwsrubrieken zijn ontzettend bij de tijd. Niet bij de verleden tijd, niet bij de voltooid tegenwoordige tijd, maar bij de onvoltooid tegenwoordige tijd. 'Royal valt van paard' in plaats van viel of is gevallen. Dat trucje om teksten lekker actueel te maken, heeft een vreemd effect als er een tijdsbepaling bij staat: 'Royal valt vorige week van paard'. Nog gekker wordt het als niet blijkt dat die tijd in het verleden ligt: 'Royal valt dinsdag van paard'. Zijn we dan nergens meer veilig nu Winston Gerschtanowitz en consorten ook al in de toekomst kunnen kijken?

De puntkomma, is dat niet een leesteken voor aanstellers? Een inhoudsloze rune die betweters op willekeurige plaatsen in de zin opvoeren om de indruk te wekken dat zij, in tegenstelling tot het gewone volk, ingewijd zijn in de diepste geheimen van de taal? Dat vooroordeel wordt van tafel geveegd door een zin die eens in de Volkskrant stond. Had de schrijver hier nu maar een puntkomma gebruikt, dan was de suggestie niet gewekt dat de techniek al zo ver gevorderd is, dat er machines zijn die kleding en nagels kunnen dupliceren: 'Grote machines traceren en vermenigvuldigen er DNA, kleding en nagels van slachtoffers liggen klaar om onderzocht te worden.'

Een puntkomma is trouwens niet hetzelfde als een dubbelepunt, ook al zie je steeds vaker ; waar : is bedoeld: een puntkomma gebruik je als een komma te weinig is en een punt te veel; een dubbelepunt markeert dat er een uitleg, toelichting, opsomming enzovoort volgt van wat ervoor staat.

Foute spaties op Twitter

Je hebt op Twitter maar 140 karakters tot je beschikking om je boodschap over te brengen, dus hoe minder spaties, hoe meer je kwijt kunt. Zou je denken. Maar veel twitteraars vinden zelfs dát geen goede reden om te bezuinigen op onnodige spaties. Communicatie adviseurs illustreren bijvoorbeeld zonder schroom dat ze het vak niet onder de knie hebben, laat staan dat ze zo met een sociale media strategie aan imago verbetering kunnen doen. Door pakken en pro actief de spatietoets met rust laten dus! Samenstellingen schrijf je gewoon zonder die malle spaties, #enerhoeftnieteenseenhashtagvoor.

Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook)?

Meer verhalen over taal lezen? Bestel dan dit boek.

Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

Lezen over taal is leuk, maar schrijven over taal ook. Niet alleen omdat je het daarna lekker kunt lezen, maar ook omdat je altijd weer nieuwe ontdekkingen doet. Dat overkwam ons ook met Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook)?, waarin we schrijven over woorden die je op het verkeerde been zetten. Een kijkje achter de schermen.

Wat is er lui aan een luipaard?

Elke verzameling woorden begint met één woord dat op een of andere manier opvalt. Bij ons begon het voor dit boek rond 2005 met luipaard. Waarom is het de luipaard en niet het luipaard? En waarom noemen we een katachtige paard? Wat is er bovendien lui aan een dier dat zo hard kan rennen? Trouwens, nu we het toch over rennen en dieren hebben: staat een rendier echt nooit stil? Een verzameling was geboren: woorden die je op het verkeerde been zetten.

Witbier met bitterballen

De verzameling begon dan wel met diernamen, maar daaraan voegden we de afgelopen tien jaar talloze andere woorden toe die iets anders betekenen dan je zo op het eerste gezicht misschien denkt, of die een andere herkomst hebben dan je zou verwachten. Vaak gaat het daarbij om woorden die mensen niet (meer) begrepen en daarom veranderden in vertrouwde woorden die erop lijken, of om woorden die ontstonden door een misverstand. Ze variëren van bitterbal tot witbier, van indiaan tot kannibaal en van kapotje tot missionarishouding.

Vol verrassende verhalen

Op zoek naar de herkomst van woorden kwamen we achter de pc overal: de Canarische Eilanden, Zuid-Amerika, Indonesië, Australië ... En onderweg kwamen we historische figuren tegen, zoals Columbus en Caesar, stuitten we op uitvindingen als de vibrator en ontdekten we de relatie tussen een mandarijn die Mandarijn spreekt en de mandarijntjes die je kunt eten. Van tevoren weet je ook als taalkundige en woordenboekmaker gelukkig niet altijd achter welke woorden een verrassend verhaal schuilgaat. Twee voorbeelden daarvan zijn iemand van haver tot gort kennen en om de haverklap.

Het eenvoudige boerenleven?

Iemand van haver tot gort kennen, zo dachten we, heeft ongetwijfeld iets met het boerenleven te maken. En om de haverklap? Dat komt vast van een boerengebruik. Zoiets als het handjeklap bij koehandel bijvoorbeeld. Maar daar hadden we het twee keer mis, en in beide gevallen was de haver helemaal geen haver. Iemand van haver tot gort kennen heeft te maken met het oude woord aver, dat 'nakomeling' betekent. En om de haverklap stamt heel verrassend af van Ave Maria. Zo zie je maar dat zelfs twee doorgewinterde taalboekenschrijvers de taal nooit van haver tot gort kennen. Maar wel met elk boek een beetje beter. (Waar zou doorgewinterd eigenlijk vandaan komen ...?)

Wil je Waarom is een witte neushoorn grijs (en een zwarte ook)? of andere taalboeken inkijken, bestellen of downloaden? Dat kan in onze Taalwinkel.

Heidi Aalbrecht

Als er nooit meer voetbal op tv komt, gaat hier de vlag uit. Wielrennen, tennis, volleybal — doe het lekker in je vrije tijd, maar val mij er niet mee lastig. Voor één tv-sport maak ik echter een uitzondering: schaatsen. Ik kan er uren naar kijken hoe mannen en vrouwen in snelle pakken van a naar a rijden, terwijl Herbert Dijkstra, Frank Snoeks en Martin Hersman me van meer of minder relevante informatie voorzien over de schaatsers, de ijskwaliteit en de luchtdruk, aangevuld met trivia uit het rijke schaatsverleden. En dat maakt schaatsen ook taalkundig interessant.

Zeker op de lange afstanden is er veel tijd om te vullen met wetedingetjes. Gaan die feitjes over de schaatser op de baan, dan doet zich een opmerkelijk taalverschijnsel voor, dat ik de vliegende bijzin heb gedoopt. Het viel me voor het eerst op in de jaren negentig, toen Ria Visser nog het commentaar gaf tijdens de races van de dames. Ik dacht dat het een eigenaardigheid van haar was, maar ofwel zij heeft inmiddels de heren commentatoren ermee besmet, of het behoort tot de algemene (schaats)verslaggeversgrammatica. Hoe ziet de vliegende bijzin eruit?

  • Kramer, die op de vijf kilometer een persoonlijk record heeft van 6.03.32.

Ja? Ik verwacht dat deze zin verder gaat, bijvoorbeeld zo: ... rijdt hier uitstekend. Maar dat gebeurt niet, de zin is ineens afgelopen. Dat dit einde abrupt voelt, komt doordat die op de vijf kilometer een persoonlijk record heeft van 6.03.32 een bijzinsvolgorde heeft; het is een bepaling bij de naam Kramer. En een bijzin zonder hoofdzin is apart, dat hoort eigenlijk niet. Waarom gebruikt de commentator niet gewoon de hoofdzinsvolgorde?

  • Kramer heeft op de vijf kilometer een persoonlijk record van 6.03.32.

Ik denk dat het te maken heeft met de nadruk die de naam van de schaatser krijgt door het gebruik van de vliegende bijzin. Er valt een duidelijke pauze na de naam, waarna de aanvullende informatie komt. Je kunt de zin zien als een ellips, die je bijvoorbeeld zo zou kunnen aanvullen:

  • [Dit is] Kramer, die ...
    Of:
  • [We hebben het nog steeds over] Kramer, die ...

Het heeft weinig zin om het aan Dijkstra, Snoeks, Hersman of trendsetter Ria Visser te vragen, want de meeste mensen staan helemaal niet stil bij grammaticale constructies. En dat is maar goed ook, want er zou geen zin meer over je lippen komen als je over al dit soort kwesties bewust een beslissing zou moeten nemen. Laat de commentatoren maar commentaar geven en de schaatsers schaatsen, dan pieker ik wel over de grammatica. Dat is ook een sport.

'Komen er nog weleens nieuwe spreekwoorden bij in het Nederlands?', wordt ons soms gevraagd. Nou nee, een echt nieuw spreekwoord — dus een algemene levenswijsheid die is gegoten in een vrijwel onveranderlijke zin — is een grote zeldzaamheid. Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens. De appel valt niet ver van de boom. Als het kalf verdronken is, dempt men de put ... Het is niet zo gek dat spreekwoorden een sfeer van nostalgie ademen. Maar nieuwe uitdrukkingen ontstaan wél aan de lopende band.

Uitdrukkingen zijn metaforen die een vast deel zijn geworden van onze taal. Een voorbeeld van een uitdrukking is aan de lopende band. Als je dat zegt, roep je een beeld op van productie die achter elkaar doorgaat. Iedereen kan een metafoor bedenken, en als anderen dat beeld overnemen, ontstaat er een uitdrukking. Veel van die uitdrukkingen komen in woordenboeken terecht, maar de woordenboekmakers kunnen de levendige productie niet bijhouden. Daarom helpen wij een handje.

Wij hebben de afgelopen tijd een aantal uitdrukkingen verzameld die — voor zover wij weten — nog niet in een woordenboek staan:

Uitdrukking Betekenis
er niet dood gevonden willen worden het er vreselijk vinden
een roze gezin gezin waarvan de ouders van hetzelfde geslacht zijn
er klaar mee zijn er genoeg van hebben, het niet meer willen
op het juiste knopje drukken iets zeggen waardoor iemand zich iets herinnert
iemand met krijt op zijn jasje een docent
namen en rugnummers noemen precies aanduiden om welke personen het gaat
een onsje minder iets minder
helemaal van het paadje/padje zijn niet bij het volle verstand zijn
tegen de plinten klotsen er in overvloed zijn (vooral gezegd van geld)
aan de poort selecteren uitkiezen wie je toelaat tot een studie
de rest is geschiedenis gezegd als je het vervolg bekend veronderstelt
een rugzakje hebben door ingrijpende gebeurtenissen in het leven beïnvloed zijn
het tweede scherm scherm van telefoon, tablet of pc naast de tv als eerste scherm, voor meer informatie of als mogelijkheid tot interactie
vlek op vlek fout op fout gestapeld, fout die een andere fout veroorzaakt, nadelige oplossing die een nieuw nadeel in zich bergt
onder water staan minder waard zijn dan de hypotheek die erop rust
nee, jíj trekt volle zalen gezegd als reactie op kritiek (een jij-bak)

Wil je ook een duit in het zakje doen (da's een ouwetje, dat zie je al aan duit),of wil je hier gaten in schieten ('kritiek op leveren', een nieuwe aanwinst)? Laat van je horen via Facebook of Twitter!

Er is een nieuwe taal ontdekt. Een taal die iedereen kan lezen. Doordat de woorden eenvoudig zijn. En de zinnetjes kort. De naam van deze wondertaal? B1. 'Kun je deze brief even in B1 herschrijven?', is de vraag tegenwoordig. Maar wat is B1 precies? Verrassend genoeg is daar weinig over bekend. Sommigen proberen B1 te kwantificeren — een woord dat je in een B1-tekst natuurlijk niet mag gebruiken. Ze zeggen bijvoorbeeld: 'Er mogen maximaal tien woorden in een zin staan. En worden en kunnen zijn verboden.' Maar die richtlijnen zijn te star. Een iets langere zin is soms begrijpelijker dan twee korte zinnetjes, doordat verbanden duidelijker worden. En woorden als worden en kunnen kun je niet zomaar uit teksten verbannen. Is B1 dan onzin? Nee, in je tekst rekening houden met de lezer is juist een uitstekend idee. Wij noemen dat schrijven in begrijpelijk Nederlands. Maar voortaan willen we het ook met alle plezier B1 noemen.

1 mei is de Dag van de Arbeid (in België ook: Feest van de Arbeid), in Nederland geen officiële feestdag, maar in veel landen wel. Waarom valt die feestdag op 1 mei? Dat heeft te maken met een lentefeest rond 1 mei dat zijn oorsprong heeft in de Romeinse tijd, en met de zogeheten Haymarket-affaire, een staking in Chicago, die op 4 mei 1886 bloedig eindigde. In 1888 besloot de American Federation of Labor die gebeurtenis te gedenken met een jaarlijkse demonstratie op 1 mei, voor hetzelfde doel: een achturige werkdag. Dat werd in 1889 overgenomen op het eerste congres van de Tweede Internationale in Parijs, ook omdat 1 mei toch al een lentefeestdag was waarop veel mensen vrij waren. Maar gek genoeg dus niet in Nederland.

Waarom heet links links?

De beweging die opkomt voor de rechten van arbeiders is van linkse signatuur, daarom wordt 1 mei als een linkse feestdag gezien. Maar wat heeft de term links daarmee te maken?

Voor de politieke termen links en rechts moeten we even terug in de tijd, namelijk naar de Franse Revolutie (1789). De voorzitter van de revolutionaire Assemblée nationale zette voorstanders van de koning — over het algemeen de adel die de bestaande machtsverhoudingen wilde behouden — rechts van hem en links de voorstanders van de revolutie, die de macht wilden doorbreken ten faveure van de burgers. Die tweedeling bleef na de revolutie, en werd pas later gekoppeld aan een ideologie, waarbij de accenten iets verschoven: conservatieven rechts en progressieven links. Dat vond ook ingang in andere landen.

De kleuren in het politieke spectrum

Op 1 mei is rood de dominante kleur in optochten. Sowieso associëren linkse partijen zich met rood. Hoe komt het dat rood een synoniem is van links?

Het rood van links komt van morgenrood, een metafoor voor de nieuwe dag, met hoop op een nieuwe, eerlijker samenleving. Maar ook is er weer een link met de Franse Revolutie, omdat de Frygische muts — een rode kegelvormige muts met naar voren omgebogen punt — een symbool van de revolutie werd.

En de overige kleuren in de Nederlandse politiek? De VVD koos voor symboliek met de nationale kleuren oranje (rood), wit en blauw. D66 wilde zich bij de oprichting in 1966 onderscheiden van het rood van de socialisten en het blauw van de liberalen, en kwam daarbij uit op groen. In 1980 koos het toen nieuwe CDA ook voor groen, maar dan omdat die kleur van betrouwbaarheid getuigt, een eigenschap die de christendemocraten zichzelf toedichtten. De kleur groen kreeg de laatste decennia een andere betekenis, namelijk die van 'duurzaam, milieubewust', en aan dat groen refereert de kleur van GroenLinks. De kleuren van de overige partijen zijn op een vergelijkbare manier te herleiden.

Coalities van partijen krijgen als naam vaak de kleur die je krijgt als je hun partijkleuren zou mengen. Bijvoorbeeld paars van rood (PvdA), blauw (VVD) en groen (D66). Een regenboogcoalitie staat voor een samenwerking van veel partijen. Er zijn ook kleuren die politieke partijen zullen mijden als dominante kleur, zoals bruin (nazisme) en zwart (fascisme en anarchisme).