1000 woorden voor schip
50 Words For Snow heet de nieuwe cd van Kate Bush. Die titel doet denken aan de veelgehoorde bewering dat Eskimo’s veel woorden hebben voor sneeuw. Of dat waar is, hangt af van wat je als woord beschouwt. In het Nederlands kun je bijvoorbeeld woorden aan elkaar plakken; zijn het dan nieuwe woorden of aan elkaar geplakte bestaande woorden? De bewering over de sneeuwwoorden moet ondersteunen dat er een verband is tussen taal en cultuur: je gebruikt pas een woord als er iets is dat je ermee wilt omschrijven. En wat sneeuw is voor Eskimo’s, is water voor Nederlanders.
Laten we daarom eens kijken naar vaartuigen. Eskimo’s kunnen het uitstekend stellen met twee woorden voor vaartuig: kajak en oemiak, terwijl het Nederlands er talloze kent. Daaronder natuurlijk de typen schepen, zoals aak, botter, jacht, jol, kotter, kuster, logger, pluiter, schouw, tjalk, tjotter, vlet of waal. Maar dat is nog maar het begin, want er zijn honderden samenstellingen met boot, schip en vaartuig: van aalboot tot zweefboot, van aardappelschip tot zusterschip en van baggervaartuig tot vrachtvaartuig. Er zijn pareltjes als aalpoon, bovenlander, drijver, feloek, galjas, hekwieler, kraak, lichter, mosselman, nettenlegger, orembaai, platje, rinkelaar, snauw, tokker en visserspink. En dan is er uiteraard nog het kofschip, dat je en passant behoedt voor dt-fouten.

Neem een kijkje in het archief voor minicolumns die eerder zijn gepubliceerd.